Failsafe De failsafe controleert constant de pulsen welke worden verzonden door de zender. Als niet de juiste pulsen ontvangen worden, zullen deze eruit gefilterd en gerepareerd worden door de microcontroller, waarna ze vervangen worden door de laatst goed ontvangen pulsen. Duurt het filteren langer dan 0.5 seconden, dan zal de failsafe in werking treden. Voor het programmeren van de failsafe moet u het volgende doen. Zet ontvanger uit en sluit de failsafe aan tussen de servo welke bij storing naar een veilige positie moet.. Schakel de zender in, druk nu de knop op de failsafe in, en houdt deze ingedrukt, en schakel de ontvanger in. De LED op de failsafe gaat nu knipperen, laat de knop los, de LED zal gaat uit. De failsafe is nu gereed om geprogrammeerd te worden. De volgende instellingen zijn mogelijk op de failsafe, Idle, Hold, Preset, Filter on/off Idle-mode: druk 1x Bij de Idlemode zal de failsafe de servo-pulsen geheel uitschakelen om stroom te sparen. Deze mode alleen kiezen indien (bv gas) servo door een veerdruk naar uitgangspositie wordt getrokken. Holdmode: druk 2x Bij de Holdmode zal de failsafe de servo in de stand houden van de laatste juist ontvangen pulsen voor de storing. Wanneer de storing weer wordt opgeheven keert de servo terug naar de stand van de stick op dat moment. Presetmode: druk 3x (speciaal voor de gasservo) De (gas)servo zal naar een van te voren door u ingestelde stand gaan. Na ongeveer 5 seconden zal de LED langzaam gaan te knipperen. Als u uw keuze uit bovenstaande heeft gemaakt, wordt het tijd om het filter in te stellen , u heeft hiervoor 5 seconden. Wilt u het filter niet inschakelen, doe dan niets, anders 1x drukken (aanbevolen) Wacht nu tot de LED als volgt gaat knipperen, puls – puls – pauze. Zet nu voor de Presetmode, de stick in de gewenste positie en druk op de knop. De failsafe is nu klaar voor gebruik en zal na 3 seconden nog 1x knipperen ter bevestiging. Om uw instellingen te controle drukt u 1x op de knop en de LED geeft een code. Idlemode: puls - pauze Holdmode: puls - puls - pauze Presetmode: puls – puls – puls - pauze Na ongeveer 3 seconden kan de LED nog 1x knipperen, dit wil zeggen dat het filter is ingeschakeld. Blijft de laatste knipper uit, dan heeft u het filter niet ingeschakeld. Controle van de failsafe. Zet de zender aan, zet de ontvanger aan, schakel de zender uit. Nu zal de servo zijn door u ingestelde positie innemen. Op de failsafe zal gedurende 1 seconde de LED snel knipperen, daarna zal hij constant aanblijven totdat u de zender weer inschakelt. Failsafe met relais / powertransistor De twee apparte aansluit draden op de failsafe zijn bedoelt om bv de ontsteking van een benzinemotor te onderbreken. De rode draad komt aan de bobine, de zwarte draad is de massa van de motor. De electronica zal direkt de motor uitschakelen als er storing optreed. LET OP – de failsafe is NIET voorzien van een BEC-schakeling en moet dan ook uit een ontvanger gevoed worden welke wel een BEC heeft. Op de failsafe mag nooit meer dan 5 Volt aangesloten worden ! De failsafe wordt standaard afgeleverd in de Preset-Mode en het filter aan.